Een interview met Irma Joubert

Personages van vlees en bloed en hart en ziel

Schrijfster Irma Joubert spreekt met François Bloemhof over haar pas verschenen roman Tussen stasies (in Nederlandse vertaling: Het meisje uit de trein).

 

Dit is een vertaling van een artikel dat verscheen in Die Burger, Dagblad van Zuid-Afrika, in maart 2008.

 

Het boek van Boekenclub Die Burger voor de maand maart is de vuistdikke roman Het meisje uit de trein. De schrijfster ervan is iemand bij wie je geen moeite hoeft te doen een antwoord te krijgen, en dat is dan niet simpelweg een ‘Ja’ of een ‘Nee’. Je weet al vlug dat ze schrijft zoals ze vertelt. En dat is heerlijk.

Irma Joubert is geboren en getogen in Nylstroom, studeerde aan de universiteit van Pretoria en woont sinds 1975 in Natal. Ze is al 38 jaar getrouwd met Jan, heeft drie zoons, en een pleegdochter, een schoondochter ‘en een kleinkind in wording’. Ze heeft altijd gezegd dat ze zou gaan schrijven wanneer ze met pensioen ging, en dat gebeurde eind 2004, nadat ze 35 jaar in het onderwijs gewerkt had (Afrikaans en geschiedenis). Ze volgde eerst twee cursussen aan de schrijversvakschool van de Afrikaanse Taal- en Kultuurvereniging (ATKV) om iets over het schrijfproces te leren. Daarna debuteerde ze met een artikel in Insig en een kort verhaal in Huisgenoot. Een uitverkiezing tot Vakjournalist van het jaar volgde bij uitgeverij Media 24.

Wat ze werkelijk wilde was echte verhalen schrijven – niet alleen novellen, maar juist lekker lange verhalen – en vroeg zich af wie in de wereld nou een boekwinkel in zou lopen om een boek te kopen van een totaal onbekende schrijfster. Het antwoord was: een lid van een boekenclub. Ze kreeg de richtlijnen voor de Romanza-reeks van uitgeverij Lapa in handen en begon te schrijven. Haar eerste twee boeken waren lichte, moderne liefdesverhalen. Toen was zij gereed voor een grotere uitdaging: historische liefdesavonturen van nagenoeg 80.000 woorden.

Verbode drif (nog niet vertaald in het Nederlands) gaat over de voorbeschikte verhouding tussen een boerendochter en een joodse jongeman net na de Anglo-Boerenoorlog en Ver wink die Suiderkruis (ned. vertaling: Het spoor van de liefde) over de dochter van een schatrijke Engelse mijnmagnaat en een arme, blanke Afrikaanse jongen in de dertiger jaren. Toen voelde Cecilla Britz, haar uitgever, dat zij 150.000 woorden aan kon. En dat brengt ons bij Het meisje uit de trein. Maar wat is het verhaal dat achter een dergelijk boek schuilgaat?

‘Ik deed drie jaar geleden een cruise in de Caribische zee. De eerste avond belandden we, deftig in avondjurk en jasje-dasje voor een chique diner, aan tafel met vier onbekenden. De wat oudere dame naast mij heette Sarah en ze sprak met een Duits accent (we spraken Engels). ‘Bent u Duits?’ vroeg ik. Haar mond verstrakte tot een streep. ‘Nee,’ zei ze.

En toen wist mijn vertellersbrein dat ik hier een verhaal te pakken had – want een vrouw van tussen de 70 en 80 jaar, met een Oost-Europese uitspraak en de naam Sarah, die ook nog eens beslist geen Duitse is, moet wel een verhaal hebben.

‘Bent u bereid me uw verhaal te vertellen?’ vroeg ik. Het was een humeurige dame, maar de volgende dag kwam ze op het dek onverwachts naast mij zitten. Ze was een Jodin, vertelde ze. Haar ouders waren Polen, haar vader kleermaker, zij de jongste van drie kinderen. Toen Duitsland Polen op 1 september 1939 binnenviel, was ze acht jaar oud…’

Joubert wist echter dat zij het verhaal zou moeten verzuidafrikaansen. En er zouden ook heel wat andere aanpassingen aangebracht moeten worden. ‘Een jaar later wist ik dat ik Polen en Auschwitz zou moeten bezoeken voor ik Sarahs verhaal vertellen kon. Mijn man verzette zich hevig: hij is een jager en een hengelaar, geen museumbezoeker. ‘Ga het vrouwenmonument in Bloemfontein bezichtigen,’ stelde hij voor.

‘Toen is mijn zoon Jan-Jan meegegaan. We reisden per trein door Oost-Europa. Op het station van Katowice kocht hij twee enkeltjes Auschwitz. Vreselijk. Later stonden we buiten in de zon, alleen maar om te voelen of we nog leefden. De volgende dag in de trein naar Krakau zei ik: ‘Ik ben niet in staat een van mijn personages Auschwitz binnen te laten gaan. Maar ik ga wel door met het verhaal.’

Onderzoek. Zeven maanden onderzoek. Op het internet, in boeken, in films, door middel van foto’s, gesprekken, een bezoek aan Oost-Europa.

Hoe meer het onderzoek vorderde, des te werkelijker werd het verhaal, en des te enthousiaster werd ze zelf. ‘Tegen de tijd dat ik begon te schrijven, was het een stuk waarheid over mensen geworden.’

Joubert zegt dat haar personages louter denkbeeldig zijn, hoewel zij er karaktertrekken in herkent van mensen die dicht bij haar staan. ‘Een personage kan nooit een middel tot een doel zijn, het gaat om een mens an sich, die zich niet de wet laat voorschrijven.

‘Er is voor mij niet een punt vanaf waar ze een eigen ontwikkeling hebben. Ze zijn al helemaal mens wanneer ik hun verhaal begin te vertellen. Daarom is het helemaal niet fijn als een boek af is. Dan zijn de personages niet meer elke dag bij me.’

Gelukkig zijn er dan op een dag nieuwe mensen van een nieuw boek die bij haar intrekken. Het duurt lang ze eerst te leren kennen en van ze te gaan houden, voordat…

Maar hier stoppen we maar eens. Dat is het verhaal voor een andere dag.

 

Irma Joubert debuteerde in Nederland bij uitgeverij Mozaïek met Het meisje uit de trein. In april 2011 verschijnt haar volgende roman, Het spoor van de liefde. Beide zijn vertaald door Dorienke de Vries.

Francois Bloemhof is auteur van volwassen- en jeugdfictie, vertaler en journalist.

 

Vertaling van dit artikel: Michiel Angenent, januari 2011.

 

1 Comment

  1. Morgen komt Irma Joubert in mijn boekhandel op bezoek. Mijn “liefde” voor haar boeken begon bij het boek: Meisje uit de trein. Ik weet nog precies wanneer ik dit boek gelezen heb, Pinksteren 2014. Ik leerde historische feiten, zoals dat je als wees in de 2e W.O. jezelf ter adoptie kon aanbieden. Het verhaal raakte mij diep in mijn hart en nadat ik de laatste bladzijde had gelezen heb ik gewoon een paar minuten zitten huilen. Uiteraard volgden vele van haar boeken en ook van Het verscholen dorp heb ik zeer genoten, maar Meisje uit de trein heeft mijn hart gestolen.
    Ik kijk uit naar morgenavond!

Geef een reactie