Biografie

Schrijven en verhalen vertellen, dat is voor mij als ademen.

Ademen
“Schrijven en verhalen vertellen, dat is voor mij als ademen,” vertelt Irma Joubert. “Het is niet een kwestie van zin maken of aan het werk gaan. Ik ervaar het als een noodzakelijk iets, een drang die sterker is dan ikzelf. Schrijven zit me in het bloed. Ik móet gewoon vertellen. Als God mij genadig is, zal er daarom altijd opnieuw een verhaal op mij liggen te wachten, een verhaal dat verteld moet worden.”

Voordat ze een letter op papier zet, heeft Irma eerst een intensieve periode van kennismaking en research (als oud-docente geschiedenis vindt ze een correcte weergave van historische feiten heel belangrijk). Tijdens deze periode trekt ze maandenlang met haar personages op. Ze stelt zich voor welke plaats haar personages innemen in de feiten die ze onderzoekt, ze voert gesprekken met hen over wat ze te weten is gekomen, enzovoort. “Juist daarom vind ik het helemaal niet prettig als een boek eenmaal af is. Zeker, er zullen weer nieuwe mensen bij me intrekken, uit een nieuw boek – maar het duurt een tijd voor ik hen heb leren kennen en van hen ben gaan houden, en dan pas kan ik hun verhaal vertellen. Geef mij maar een trilogie!”

Rasverteller
Kenmerkend voor de romans van Irma Joubert is dat ze serieuze thema’s aan de orde stelt: de standen- en klassenmaatschappij, de Apartheidspolitiek, bloedschande, rechtvaardigheid versus onrecht. Op een subtiele manier verweeft ze dit met het dagelijks bestaan van mensen van vlees en bloed. Want wat betekent het voor een dorpsgemeenschap als de Indische kruidenier opeens door de overheid gesommeerd wordt om kilometers verderop, in de woestenij, zijn handel voort te zetten? Zijn winkeltje platgegooid, zijn levensperspectief in duigen. Op deze manier geeft Irma Joubert de thema’s een menselijke maat en brengt ze de impact ervan heel dicht bij de lezer.

Waargebeurd
De inspiratie voor haar verhalen vindt Irma Joubert in het echte leven, bij mensen die haar waargebeurde verhalen vertellen. Al haar boeken die nu in het Nederlands zijn verschenen, baseerde ze op zulke verhalen uit de eerste hand. Tijdens een cruise die Irma en haar man deden op de Caribische zee werd bijvoorbeeld het idee van ‘Het meisje uit de trein’ geboren. Irma vertelt: “Een medepassagier was een wat oudere dame die zich voorstelde als Sarah. Ze had een Duits accent. ‘Bent u Duits?’ vroeg ik. Haar mond verstrakte tot een streep. ‘Nee,’ zei ze. En toen wist mijn vertellersbrein dat ik hier een verhaal te pakken had – want een vrouw van tussen de 70 en 80 jaar, met een Oost-Europese uitspraak en de naam Sarah, die ook nog eens beslist geen Duitse is, moet wel een verhaal hebben.”

Jeugdjaren
Joubert werkte 35 jaar als docente geschiedenis en Afrikaans in de bovenbouwklassen van een middelbare school. Ze noemt de puberteit de interessantste fase in een mensenleven. Kenmerkend is dan ook dat Joubert haar personages vaak binnen haar roman laat opgroeien van kind tot volwassene. Joubert: “Ik begin mijn boeken graag met de kinderjaren van mijn hoofdpersonen, omdat een mens in die tijd wordt gevormd. Zo kun je als lezer ook begrip opbrengen voor hoe iemand wordt zoals hij is. Voor het meest bizarre gedrag van een mens is namelijk meestal wel een verklaring te vinden.”
Ook Irma’s eigen jeugd is bepalend geweest. Haar jeugd bracht ze door op een boerderij of ‘plaas’ even buiten het dorpje Nylstroom in Transvaal (tegenwoordig Limpopo). Deze plaas, het dorp en de boerengemeenschap dienen nog altijd als decor voor haar verhalen. Ze wijst zelf naar het warme christelijke nest waar ze opgroeide, als een belangrijke oorzaak voor haar fascinatie voor menselijke verhoudingen. “Je had in onze streek geleerde, succesvolle en vooraanstaande mensen, maar ook heel eenvoudige, arme, luie en ongeletterde mensen. Bij ons thuis werd veel over politiek gepraat. Mijn vader en mijn oma discussieerden heel wat af over de Apartheid. Zo heb ik van jongs af geleerd dat er altijd meer kanten aan een zaak zitten, en dat de ene kant niet altijd alleen maar gelijk heeft en de andere alleen maar ongelijk.”